ze ruiken aan je mond
of je soms gezegd hebt dat je van me houdt.
Ze ruiken aan je hart
het zijn vreemde tijden, liefste.

Bij de wegblokkade
wordt de liefde
gegeseld.

We moeten de liefde in de kelder verbergen
in de hoeken van deze kille blinde steeg
voeden ze hun vuren
met liederen en poëzie.

Voorzichtig, denken is gevaarlijk.
Het zijn vreemde tijden, liefste.

Wie ’s nachts op de deur klopt
komt om het licht te doven.

We moeten het licht in de kelder verbergen.

Kijk, met hun bloederige hakblokken en bijlen
hebben de slagers
de wegen bezet
het zijn vreemde tijden, liefste.

Ze snijden de glimlach van je lippen
ze snijden het lied uit je mond.

We moeten de vreugde in de kelder verbergen.

Kanaries worden geroosterd
op een vuur van lelies en jasmijn
het zijn vreemde tijden, liefste.

De zegedronken duivel
zit feestend bij ons rouwmaal aan.

God moeten we in de kelder verbergen.

-Ahmad Shamlu

(denkend aan Elnaz Babazadeh en vele andere jonge Iraanse meiden en jongens in Iran die hun leven verloren omdat zij een heel klein beetje jong en vrij wilden zijn in een onvrij en absurd land)